Ontstaan van de E.H.B.O. te Hoek van Holland:

Naar aanleiding van de ramp met het stoomschip “Berlin” op 21-02-1907 kwamen er een aantal inwoners bij elkaar om een comité te vormen voor het verlenen van eerste hulp bij ongevallen. Onder leiding van dr. S. Diamant werd een aantal uren per week geoefend en ter plaatse hulp verleend bij ongevallen. In 1910 is deze groep uiteen gevallen, vermoedelijk door het vertrek van deze arts.

Op 27 maart 1916 was er een debat in de Rotterdamse gemeenteraad.

De overheid wil de hulp in eigen hand nemen maar stelt het op prijs wanneer zij medewerking krijgt van een plaatselijke organisatie.

Om aan die wens gevolg te geven houdt het voorlopig comité, onder leiding van de heer H. Ydo, op 27 juli 1916 een vergadering in Hotel “Harwich” om de EHBO vereniging officieel op te richten. Tijdens deze vergadering waren naast de voorzitter nog 23 andere leden aanwezig. De statuten en het huishoudelijk reglement werden ontworpen. Het bestuur werd met meerderheid van stemmen samengesteld uit werkende en gewone leden: voorzitter H. Ydo, secretaris A. v. Doorn, penningmeester P. Soeteman en de commissarissen M. Kruizinga en C. v. Mastrigt. De medisch leider wordt dr. J. Rijken, huisarts van Hoek van Holland.

image002

Het doel van de vereniging zal het verlenen van eerste hulp bij ongevallen in het algemeen zijn, maar in het bijzonder de hulp bij ongevallen aan boord van schepen en bij scheepsrampen. Voor dit laatste doel werden 13 gediplomeerde leden aangesteld in de Reddingsbrigade E.H.B.O. te Hoek van Holland. Deze leden stonden onder alle weersomstandigheden, bij nacht en ontij, paraat om zieke en/of gewonde scheepslieden te helpen.

Na de eerste wereldoorlog ging Hoek van Holland zich als badplaats ontwikkelen en de E.H.B.O. leden kregen er een taak bij. Paraat staan voor het geval er tussen de duizenden zonaanbidders en baders, gewonden of drenkelingen zouden vallen.

In de winter waren er de scheepsrampen en zomers de recreanten; grote tegenstellingen, waaraan de leden hun handen vol hadden.

Naast deze activiteiten beleefde de Hoekse E.H.B.O. een rustige periode tot dr. J. Rijken in 1921 te kennen gaf dat hij Hoek van Holland ging verlaten. De leider viel weg en toen in 1923 ook voorzitter J. Ydo overleed en penningmeester C. Weenig, tijdens zijn werkzaamheden op de reddingsboot Pr. v. Heel om het leven kwam, leek er een einde gekomen aan deze broodnodige hulpverlening.

Toch wist men tijdens een ledenvergadering op 28 april 1923 met slechts een stem meerderheid de vereniging te redden. Het toen gekozen nieuwe bestuur bestaande uit: de heren J. Oprel, J. Mastrigt, G. Edeling, A. Prins en mej. Vermeer, kreeg de zware taak de vereniging weer nieuw leven in te blazen.

Dr. K. Knip, vervanger van dr. Rijken, werd bereid gevonden om de medische leiding op zich te nemen. De hulpverlening kwam weer op gang zoals blijkt uit de verslagen van het jaar 1925.

Begin januari werd de hulp ingeroepen bij een verkeersongeval waarbij een van de inzittende van de auto in een moddersloot was vast komen te zitten. In dezelfde maand was er een ontploffing aan boord van het Engelse schip “Teesdale”. Een aantal opvarenden werd met ernstige brandwonden aan land gebracht en naar Rotterdam vervoerd.

Op 9 maart volgde de stranding van de S.S. “Soerakarta” en de daaraan gekoppelde sleepboot “Schelde”, waarvan de sleepkabel brak en in de schroef kwam, waardoor het schip stuurloos op het Zuiderhoofd terecht kwam. Na vele pogingen wist men 6 mensen te redden. Op 11 maart moest men weer naar de “Soerakarta”, dit keer om de kapitein te halen die met een gebroken been aan boord lag.

Op 22 maart een auto-ongeval, waarbij een slachtoffer met een open beenbreuk. Op 13 april werd er hulp verleend aan een dame in de duinen, die daar met een gebroken been lag. Begin mei moest er hulp verleend worden aan een opvarende van het Amerikaanse stoomschip “Hoven”.

Op 12 mei, een ernstig ongeval op de Harwichsteiger: een spoorwegarbeider loopt aan beide benen gecompliceerde breuken op. Tijdens het badseizoen wordt 64 maal eerste hulp verleend, waaronder enkele ernstige gevallen. Op 9 september wordt er hulp ingeroepen aan boord van het S.S.”Gouwestroom” en op 24 september op het S.S. “Trithjof”. Er werd hard gewerkt dat jaar, maar helaas was het aantal brigadeleden ingekrompen tot slechts 9 personen.

In de volgende jaren komen er gelukkig weer een aantal jonge leden bij.

De hulpvragen en verlening bleven nagenoeg hetzelfde zoals hiervoor over het jaar 1925 beschreven.

image001